Geef een jonge kunstenaar een scherm, en dan?

Als cinema een bewegende roman is, dan is videokunst een bewegend schilderij. Of is het niet zo simpel? Je hebt artistieke cinema en je hebt verhalende videokunst: waar ligt de grens? Het EYE museum is al een poos lekker bezig en covert naast cinema steeds beter deze kunstvorm-in-wording: video art.

Dat is een beetje tricky. Videokunst is niet gisteren uitgevonden, maar nog steeds een jonge stroming in ontwikkeling. Zoals cinema een vertelkunst heeft ontwikkeld die helemaal anders is dan het boek, zo weet videokunst hopelijk ook een echt eigen ervaring te creëren. In de tentoonstelling Close-up kiest EYE bovendien ditmaal voor de jongste makers. Wat krijg je dan? Is het het mooi, is het spannend, is het goed?

Mooie leegte

Letterlijk centraal in het werk van Michael en Florian Quistrebert staat een drieluik van drie projectieschermen. Hierop vlammen perfect gekozen steeds veranderende kleuren. Ik vind het goed, omdat ze laten zien hoe je vakkundig abstract beeld vormgeeft en projecteert. Zonder pretentie van een diepere laag overigens, ze noemen het zelf niet voor niets Void Fires. Deze aanpak werkt prima als decoratieve bewegende kunst. Zet maar neer op de luchthaven of in de kantoorlobby!

Ontsporende supernova

Wie ook snappen hoe je met video echt nieuwe ervaringen kunt bouwen zijn Joris Stijbos en Matthijs Munnik (U-AV). In een donkere kamer word je compleet gehersenspoeld met felle, keihard pulserende kleurvlakken. De sensatie is met weinig te vergelijken. Het enige wat bij mij opkomt, is het staren misschien met naar een ontsporende supernova.

Artistiek gehannes

Ik hou van deze aanpak omdat hij los staat van traditioneel filmgebruik, de makers het nieuwe technologieën voor het medium beheersen. De kunstenaars blijven niet steken in artistiek gehannes met gefilmd beeld of found footage, zonder veel kennis van videocreatie. Daarvan zijn genoeg voorbeelden te zien, zoals de welbekende random vlekken van verpest celluloid, vakantievideo’s met goedkope kleureffecten, strak maar domweg saai beeld van een bouwplaats of dode varkens en natuurlijk (zogenaamd) kunstzinnig bloot. Ik vind het niet spannend en het doet het medium in mijn ogen tekort.

David Verbeek, Full Contact

Dronepiloot met schuldgevoelens

Toch kan het wél – filmopnames zinvol en pakkend inzetten en daarmee een op zichzelf staand kunstwerk maken. Simpel, goed en doeltreffend doet David Verbeek dit met Full Contact (tevens een speelfim). Goed gekozen, perfect gemonteerde widescreen beelden van dodelijke aanvallen met drones die slim in sync direct naast een goed gefilmd full contact vuistgevecht te zien zijn (waar de dronepiloot met schuldgevoelens zich in stort om nu eens een eerlijk gevecht aan te gaan).

 

Christobal León en Joaquin Cociñ. Los Andes

Horror

En dan de gruizige installatie van Christobal León en Joaquin Cociñ. Los Andes is een horrorachtige stop-motion van een kantoor dat door tot leven gewekte lelijke materialen zoals zwarte verf en tape wordt overgenomen, met een dreigende native voiceover. Werkt goed met de monsterlijke Inca-achtige sculpturen die in hun ruimte te zien zijn, gemaakt van hetzelfde spul. Ze snappen beeld.

Conclusie

Het beeld van Close-up is wisselend, en daarom waarschijnlijk representatief voor verschillen in aanpak en niveau in (jonge) videokunst anno nu. Niet altijd de wereldtop, maar dat kan en hoeft ook nog niet. Want er zijn ruim genoeg uitschieters om veelbelovend te zijn.

Ik heb eigenlijk maar één ding toe te voegen. Close-up heeft ook een ‘Research Lab’, waar studenten van een aantal Nederlandse Academies te zien zijn. Er mist er echter nog één… EYE: bel ons gerust 😉

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone